Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 3.15. Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:755.

Uit HR 8 mei 1952 blijkt mijns inziens al dat het rechtsmiddel van art. 69 Fw (“hetwelk belanghebbenden tegen den verkoop zelf onder omstandigheden , indien tijdig aangewend ”) slechts onder bepaalde voorwaarden kan worden ingesteld. Het spreekt voor zich dat slechts de in het artikel genoemden (de schuldeisers, de commissie van schuldeisers en de gefailleerde) het rechtsmiddel, indien tijdig aangewend, kunnen instellen. Van belang is voorts onder welke omstandigheden dat kan geschieden. De Hoge Raad geeft daar in rov. 3.3 van het arrest van 3 juni 1994 invulling aan door te overwegen dat “het aan de Rechter-Commissaris is de belangen van de in een dergelijke bijzondere positie verkerende schuldeiser af te wegen tegen die van een vlotte afwikkeling van de boedel”. Deze overweging houdt mijns inziens verband met de strekking van art. 69 Fw. A-G Langemeijer merkt daarover in zijn conclusie voor HR 7 september 2001 (zie ook hierna nr. 3.17) het volgende op:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e, en de alinea staat in dat document op bytes 43421 tot 44514.