Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 3.16. Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:755.

“De beschikking van 5 juli 2012 van de rechter-commissaris ziet op een verzoek van de Bank, waarvoor de Bank, naar zij in haar brieven van 27 juni en 4 juli 2012 aan de rechter-commissaris stelt, de grondslag in artikel 69 Fw heeft gezocht. Louter beoordeeld naar de formulering ervan, kan men stellen dat het tot de rechter-commissaris gerichte verzoek niet inhoudt een verzoek om de door de Curator aan de Bank gestelde termijn van twee maanden te verlengen. Omdat, aldus de nadere toelichting in de brief van 4 juli 2012 van de Bank aan de rechter-commissaris, de door de Curator gestelde termijn niet een redelijke termijn was en er derhalve door de Curator niet een termijn als bedoeld in artikel 58 lid 1 Fw was gesteld waarvan verlenging kon worden gevraagd, is de rechter-commissaris op de voet van artikel 69 Fw verzocht de Curator te bevelen alsnog een wel redelijke termijn te verlenen en zich te onthouden van handelingen met betrekking tot opeising van de verhypothekeerde zaak. Op een beschikking van de rechter-commissaris naar aanleiding van een dergelijk verzoek is, aldus nog steeds de Bank, de uitsluiting van hoger beroep in artikel 67 lid, tweede volzin, Fw niet van toepassing. Dit door de Bank ingenomen standpunt verwerpt de rechtbank in haar beschikking van 18 juli 2012. De beschikking die de rechter-commissaris op dat nader toegelicht verzoek op 5 juli 2012 geeft, vormt een beschikking ‘aangaande de termijn voor pand- en hypotheekhouders om hun rechten uit te oefenen op grond van artikel 58, eerste lid Fw c.q. de verkoop van activa in een faillissement op grond van artikel 101 jo. artikel 176 Fw’. Hiermee wil de rechtbank, naar het voorkomt, zeggen dat het verzoek van de Bank, hoezeer gebaseerd op artikel 69 Fw, toch een onder artikel 58 Fw vallende aangelegenheid betreft met als gevolg dat de beschikking van 5 juli 2012 ook onder het bereik van dit artikel valt en daarmee ook onder de uitsluiting van hoger beroep als voorzien in artikel 67, lid 1, tweede volzin, Fw. De rechtbank geeft hiermee, naar het voorkomt, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e, en de alinea staat in dat document op bytes 46530 tot 48715.