Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2018
Onder 23 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:766.
“Een door enig persoon in verband met een strafzaak afgelegde en de verdachte belastende of ontlastende verklaring, zoals die onder meer kan zijn vervat in een ambtsedig proces-verbaal, (…) ingevolge de autonome betekenis welke toekomt aan de term 'witnesses/témoins' in art. 6, derde lid aanhef en onder d, EVRM, in het perspectief van het EVRM [wordt] aangemerkt als verklaring van een getuige als aldaar bedoeld. Op grond van die verdragsbepaling heeft de verdediging aanspraak op een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om getuigen in enig stadium van het geding te (doen) ondervragen. De omstandigheid dat de verdediging, ondanks het nodige initiatief daartoe, geen gebruik heeft kunnen maken van die mogelijkheid, staat niet eraan in de weg dat een door een getuige afgelegde verklaring voor het bewijs wordt gebezigd, mits is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces, in het bijzonder doordat de bewezenverklaring niet in beslissende mate op die verklaring wordt gebaseerd dan wel - indien de bewezenverklaring wel in beslissende mate op die verklaring wordt gebaseerd - het ontbreken van een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om de desbetreffende getuige te ondervragen in voldoende mate wordt gecompenseerd.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c92e1b8a87cee12399c4e613a27fa379b8060b2d6fadf691cfb068bd36498266. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c92e1b8a87cee12399c4e613a27fa379b8060b2d6fadf691cfb068bd36498266, en de alinea staat in dat document op bytes 35592 tot 36904.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c92e1b8a87cee12399c4e613a27fa379b8060b2d6fadf691cfb068bd36498266 | shasum -a 256