Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:773.

11. De voorgestelde wijziging werd in de memorie van toelichting als volgt toegelicht: ‘De ondergetekenden kunnen zich verenigen met de strekking van het voorstel betreffende artikel 261, derde lid. Evenals de werkgroep achten zij het wenselijk de bijzondere strafuitsluitingsgrond niet beperkt te houden tot gevallen waarin (objectief) in het algemeen belang of tot noodzakelijke verdediging is gehandeld, maar ook uitdrukkelijk te voorzien in straffeloosheid voor de dader die te goeder trouw overtuigd was zowel van de waarheid van de door hem geuite beschuldiging als van zijn plicht tot publikatie in het algemeen belang. Deze verruiming maakt een onderzoek naar de objectieve juistheid van de beschuldiging – een onderzoek dat bijzonder pijnlijk kan zijn voor degene die door de verdachte beschuldigd is – in beginsel overbodig’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4, en de alinea staat in dat document op bytes 22362 tot 23282.