Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:773.

17. Uit deze redactie van de bepalingen zoals zij uiteindelijk waren komen te luiden, wordt al duidelijk dat het bewijs van de waarheid en het verweer dat tot noodzakelijke verdediging gehandeld is, nauw verbonden waren. De redactie is het resultaat van een discussie waar dat eveneens uit naar voren kwam. Zo is in het Verslag van de Tweede Kamer met Regeeringsantwoord te lezen: ‘Nevens het bewijs der waarheid wordt toegelaten het bewijs dat de dader genoegzame gronden had om het voor waar te houden. Deze bijvoeging is billijk, omdat, vooral bij de beoordeling van de publieke zaak het bewijs der waarheid dikwijls niet is te leveren en eerst door de discussie mogelijk wordt. De goede trouw en de waarschijnlijkheid van het feit mogen echter ook in het geval van noodzakelijke verdediging voldoende worden geacht om de subjectieve strafwaardigheid uit te sluiten.’ Daaruit volgt dat de Tweede Kamer voor ogen stond dat alleen bij de waarheid of het te goeder trouw aannemen van de waarheid van een bewering van ‘noodzakelijke verdediging’ kon worden gesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4, en de alinea staat in dat document op bytes 29117 tot 30268.