Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:773.

24. Het tweede middel klaagt dat ’s hofs oordeel dat de verdachte opzettelijk de eer en goede naam van [betrokkene 1] heeft aangerand blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en/of onbegrijpelijk is. De steller memoreert dat de raadsvrouw er op heeft gewezen dat de verdachte niet wist dat zijn handelen strafbaar was. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte eerder is vrijgesproken van belaging, bestaande in -zo begrijp ik- het verspreiden van exact dezelfde posters. De verdachte zou door die vrijspraak menen dat zijn gedrag niet strafbaar was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4, en de alinea staat in dat document op bytes 43018 tot 43640.