Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018
Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:773.
30. Het derde middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de verdachte wist dat de tekst van de poster en het pamflet die door hem gemaakt en verspreid zijn in strijd met de waarheid was, onbegrijpelijk is. Tegen ’s hofs overweging dat de bewering dat de kinderen ‘sindsdien zouden zijn vermist en er niets meer van hen is vernomen’ in strijd met de waarheid is, wordt ingebracht dat er geen objectieve waarheid bestaat, dat er altijd een interpretatie bij komt kijken en dat de verdachte de feiten op een bepaalde manier heeft geïnterpreteerd en weergegeven in een poster/pamflet. Voor hem, zo stelt het middel, ‘zijn de kinderen vermist. Hij kan ze niet bereiken’. De inhoud van de posters/pamfletten zou zo beschouwd niet in strijd met de waarheid zijn. En ’s hofs oordeel dat de verdachte wist dat ‘een vermissing van de kinderen [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] in verband wordt gebracht met handelingen van [betrokkene 1]’ in strijd met de waarheid was, zou in dat licht onbegrijpelijk zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4, en de alinea staat in dat document op bytes 48089 tot 49172.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4 | shasum -a 256