Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:773.
31. Duidelijk zal zijn dat in het geval het waarheidsbegrip wordt aangehouden dat de steller van het middel propageert, er slechts weinig ruimte overblijft voor een veroordeling wegens laster. Het komt mij voor dat de wetgever bij het vorm geven van deze delictsomschrijving van een ander, meer objectief waarheidsbegrip is uitgegaan. Strafbaar gesteld is het ten laste leggen van een bepaald feit, wetende dat het niet heeft plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4, en de alinea staat in dat document op bytes 49180 tot 49698.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4 | shasum -a 256