Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:773.
36. Het middel verduidelijkt niet waarom het hof in deze passages van het pleidooi een beroep op het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid had moeten herkennen. De term ‘ontbreken van materiële wederrechtelijkheid’ wordt door de raadsvrouw niet gebruikt. Daardoor komt niet duidelijk uit de verf dat het aangevoerde de strekking zou hebben van een beroep op deze strafuitsluitingsgrond. In de stelling dat de verdachte meende dat ‘het algemeen belang’ eiste dat hij de ten laste gedragingen beging, behoefde het gerechtshof die strekking naar het mij voorkomt ook niet te herkennen. Daarbij neem ik in aanmerking dat de verdediging is gevoerd door de raadsvrouw van de verdachte, niet door de verdachte zelf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4, en de alinea staat in dat document op bytes 52062 tot 52927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4 | shasum -a 256