Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:773.

38. Van een verweer in de zin van art. 358, derde lid, Sv in verbinding met art. 359, tweede lid, Sv is sprake als hetgeen is aangevoerd ter terechtzitting bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als een dergelijk verweer. Naar het mij voorkomt heeft het gerechtshof het aangevoerde niet behoeven te verstaan als een beroep op het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid. In het geval Uw Raad daar anders over zou oordelen ligt in het voorgaande naar het mij voorkomt besloten dat en waarom dat beroep slechts had kunnen worden verworpen. Ook in dat geval kan cassatie derhalve achterwege blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3711bf7690e83bcce43dfa78b67c896d96beec6f51695e7ee473a126a89f80b4, en de alinea staat in dat document op bytes 53714 tot 54397.