Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:78.

De rechtsklacht gaat, m.i. terecht, ervan uit dat art. 6 lid 1 EVRM van toepassing is in deze zaak. Een mentoraat is een minder zware maatregel dan een ondercuratelestelling (art. 1:378 BW). De benoeming van een mentor is in belangrijke mate erop gericht dat de mentor de betrokkene kan vertegenwoordigen en hem raad geeft in hem betreffende aangelegenheden van niet-vermogensrechtelijke aard. De mentor waakt over diens belangen ter zake (art. 1:453 lid 3 en lid 4 BW). Deze taak als begeleider neemt niet weg, dat het instellen van een mentorschap de betrokkene onbevoegd maakt om rechtshandelingen te verrichten in aangelegenheden betreffende zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding (art. 1:453 lid 1 BW) . Mede tegen die achtergrond vormt de beslissing tot instelling van een mentorschap een vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen in de zin van art. 6 lid 1 EVRM .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd3911593b3373c159a509da561002d2e16fac5945082e63b322f01f4af2eb2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd3911593b3373c159a509da561002d2e16fac5945082e63b322f01f4af2eb2b, en de alinea staat in dat document op bytes 9941 tot 10981.