Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:78.

Ook in deze zaak van personen- en familierecht dient tot uitgangspunt dat het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM onder meer meebrengt dat elke partij een redelijke kans of gelegenheid behoort te krijgen om haar zaak te bepleiten zonder dat er sprake is van een substantieel ongelijke positie ten opzichte van de wederpartij. Wel verdient opmerking dat de bestuursrechter ambtshalve de door partijen gestelde feiten kan aanvullen (art. 8:69 lid 3 Awb; vgl. art. 24 Rv voor de burgerlijke rechter).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd3911593b3373c159a509da561002d2e16fac5945082e63b322f01f4af2eb2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd3911593b3373c159a509da561002d2e16fac5945082e63b322f01f4af2eb2b, en de alinea staat in dat document op bytes 29290 tot 29825.