Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:78.

Daarbij komt nog dat het oordeel dat betrokkene als gevolg van zijn geestelijke toestand niet in staat blijkt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, berust op de omstandigheid dat betrokkene de medewerkers van Mentrum niet meer vertrouwt (hetgeen betrokkene blijkens rov. 5.3 persoonlijk aan het hof heeft bevestigd) en daardoor niet wil meewerken aan zaken die naar het oordeel van het hof in zijn belang zijn. In het bijzonder heeft het hof dit oordeel gemotiveerd door erop te wijzen dat betrokkene niet wil inzien dat als hij het vinden van een andere woonplek blijft blokkeren, hij het risico loopt dat de indicatie voor Mentrum Sporenburg vervalt en hij dan geen enkele woonruimte meer heeft. Betrokkene heeft aan het hof te kennen gegeven dat hij zelf zijn woonvorm wil kiezen en dat hij zelfstandig wil wonen als hij de kliniek van Mentrum moet verlaten. Zelfstandig wonen is volgens Mentrum voor betrokkene echter geen optie, welk standpunt door het hof is overgenomen. De discussie in hoger beroep heeft zich toegespitst op de tegenstrijdigheden tussen hetgeen betrokkene aan het hof als zijn voorkeur heeft opgegeven en hetgeen door het hof objectief in het belang van betrokkene werd geacht. De slotsom is dat onderdeel 1 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd3911593b3373c159a509da561002d2e16fac5945082e63b322f01f4af2eb2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd3911593b3373c159a509da561002d2e16fac5945082e63b322f01f4af2eb2b, en de alinea staat in dat document op bytes 33645 tot 34940.