Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:78.

Over deze klacht kan ik kort zijn. In rov. 2.2 heeft het hof vastgesteld dat bij het hof een brief van de zijde van Mentrum van 22 augustus 2016 is ingekomen op 25 augustus 2016. Volgens betrokkene – onderbouwd met een verklaring van de advocaat die in hoger beroep voor betrokkene optrad – is deze brief niet ter kennis van zijn advocaat gebracht. In cassatie heeft Mentrum, niet verschenen, deze klacht niet tegengesproken. Uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in appel (blz. 1) blijkt slechts dat de voorzitter een beknopt overzicht heeft gegeven “van wat uit de stukken is gebleken”. Uit het vervolg van het proces-verbaal blijkt niet dat deze brief nog ter zitting ter sprake is gebracht. De toelichting op de klacht houdt in dat betrokkene en zijn advocaat, op basis daarvan, niet erop bedacht behoefden te zijn dat de wederpartij zich schriftelijk tot het hof had gewend. Art. 19 Rv houdt onder meer in dat de rechter partijen over en weer in de gelegenheid stelt om zich uit te laten over alle bescheiden en andere gegevens die in de procedure ter kennis van de rechter zijn gebracht . Nu niet blijkt dat aan dit voorschrift is voldaan en, veeleer, een aanwijzing bestaan dat dit is nagelaten ten aanzien van de brief van 22 augustus 2016, slaagt dit middelonderdeel en kan de bestreden beschikking niet in stand blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd3911593b3373c159a509da561002d2e16fac5945082e63b322f01f4af2eb2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd3911593b3373c159a509da561002d2e16fac5945082e63b322f01f4af2eb2b, en de alinea staat in dat document op bytes 35355 tot 36784.