Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:787.

De door de voorzieningenrechter te beantwoorden vraag is of de tekortkoming van [verweerder 1] ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. In het tussenvonnis van 13 februari 2018, rov. 4.7-4.8, overweegt de voorzieningenrechter dat hij in een vergelijkbare zaak, waarin een sociale huurwoning van Eigen Haard door de huurder tijdelijk om niet aan vrienden ter beschikking was gesteld uit sociale overwegingen, heeft geoordeeld dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt. In die zaak heeft het hof Amsterdam echter anders geoordeeld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ligt hieraan ten grondslag niet zozeer, of althans niet alleen, een verschil in beoordeling van de ernst van de tekortkoming in gevallen als de onderhavige, maar meer in het algemeen een verschil in opvatting over de status van het uitgangspunt dat iedere tekortkoming grond oplevert voor ontbinding van de (huur)overeenkomst, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (art. 6:265 lid 1 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c, en de alinea staat in dat document op bytes 7995 tot 9205.