Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 2.2.2 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:787.

Tevens dient voldaan te zijn aan art. 6:265 lid 2 BW. Dit betekent – kort gezegd en praktisch gesproken – dat de schuldeiser door middel van een ingebrekestelling aan de schuldenaar een termijn moet hebben geboden om correct na te komen (art. 6:82 lid 1 BW), tenzij sprake is van een fatale termijn voor nakoming (art. 6:83 onder a BW), het stellen van een termijn voor nakoming zinloos is − zoals bij een definitieve weigering om na te komen (art. 6:83 onder c BW) of wanneer nakoming onmogelijk is (art. 6:265 lid 2 BW) − of om andere reden niet van de schuldeiser kan worden gevergd. In beginsel is de schuldenaar dus ‘gewaarschuwd’. Hierbij moet wel worden gezegd dat de uitzonderingen op de regel van in gebreke stellen zo talrijk zijn, dat zeer wel denkbaar is dat een schuldenaar wordt geconfronteerd met een ontbindingsbevoegde schuldeiser zonder ‘een tweede kans’ te hebben gekregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c, en de alinea staat in dat document op bytes 11318 tot 12367.