Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018
Onder 2.13 ( Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:787.
Ad iii) Onder meer Valk betoogt dat het bewijsrechtelijke gevolg van de tenzij-bepaling in de praktijk (in niet-verstekzaken) minder verstrekkend is dan zij lijkt (zie bij 2.25). Van den Brink heeft in reactie daarop een andere verdeling van stelplicht en bewijslast bepleit, in die zin dat het tot de stelplicht van de schuldeiser zou behoren dat de tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt; rechterlijk kunst- en vliegwerk om een beroep op de tenzij-bepaling in de stukken te lezen of uit te lokken is dan niet meer nodig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c, en de alinea staat in dat document op bytes 23445 tot 24110.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c | shasum -a 256