Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 2.20.2 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:787.

In het arrest Wonenbreburg/ [B] − dat niet gaat over de onderhavige kwestie, maar over de positie van de medehuurder − spreekt de Hoge Raad in rov. 3.4 en 3.7 van een voldoende zwaarwegende tekortkoming. De Hoge Raad doelt hiermee naar mijn mening op een tekortkoming waarvan niet kan worden geoordeeld dat deze de ontbinding niet rechtvaardigt. Het is naar mijn mening onbetwist dat ontbinding van de huurovereenkomst slechts mogelijk is bij een voldoende zwaarwegende tekortkoming (het materieelrechtelijke aspect), zij het dat het stelsel van de wet meebrengt dat de rechter hierover slechts een oordeel kan geven indien de toepassing van de tenzij-bepaling van art. 6:265 lid 1 BW aan de orde is (zie over dit processuele aspect bij 2.24-2.25).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c, en de alinea staat in dat document op bytes 37305 tot 38198.