Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 2.20.3 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:787.

In het arrest [C] /Staat overweegt de Hoge Raad dat het hof heeft geoordeeld dat het verweer wordt verworpen dat de tekortkoming van eiseres van zo geringe betekenis is dat deze geen ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt (rov. 3.37). De daartegen gerichte cassatieklacht houdt in dat de overwegingen van het hof onvoldoende gemotiveerd zijn omdat de door het hof vastgestelde tekortkomingen onvoldoende zwaarwegend zijn om algehele ontbinding te rechtvaardigen (rov. 3.38). Deze klacht stuit af op een niet onbegrijpelijke lezing van de gedingstukken door het hof (rov. 3.39). Ten overvloede – de klacht was immers al gestrand − overweegt de Hoge Raad vervolgens dat het oordeel van het hof dat de tekortkoming voldoende zwaarwegend was om algehele ontbinding van de afbetalingsregeling te rechtvaardigen, niet onbegrijpelijk is (rov. 3.40). In dit licht lees ik de door de Hoge Raad gehanteerde term ‘voldoende zwaarwegend’ dan ook als een parafrasering van het oordeel van het hof dat de tekortkoming niet van zo geringe betekenis is dat deze geen ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c, en de alinea staat in dat document op bytes 38290 tot 39479.