Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:787.

Dat het stelsel van art. 6:265 lid 1 BW in de praktijk in het algemeen tot problemen leidt, is naar mijn mening niet aangetoond. Dit is van belang omdat - gegeven de keuze voor dit stelsel, waarop de rechtspraktijk zich heeft ingesteld − er zwaarwegende redenen moeten zijn om (zo dat mogelijk is) over te stappen op een ander stelsel (waaraan dan niet andere complicaties zouden moeten kleven, die het weer minder aantrekkelijk zouden maken). Het stelsel van art. 6:265 lid 1 BW levert mogelijk complicaties op als de schuldenaar zich niet beroept op de tenzij-bepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c, en de alinea staat in dat document op bytes 44042 tot 44756.