Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 2.24 ( Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:787.

Ad iii) Art. 6:265 lid 1 BW veronderstelt dat de schuldenaar een beroep doet op de tenzij-bepaling. Volgens de verwijzende rechter is de ‘tenzij-constructie’ te algemeen en is het geen grote stap om aan te nemen dat de rechter steeds dient te beoordelen of de concrete tekortkoming voldoende zwaarwegend is (rov. 4.15 van het tussenvonnis van 13 februari 2018) − dus ook, zo begrijp ik, indien de schuldenaar zich er niet op beroept dat de tekortkoming onvoldoende ernstig is. Ik denk dat dit een aanzienlijk stap zou zijn, omdat daarmee de rolverdeling van partijen en (vermoedelijk) de stelplicht- en bewijslast worden gewijzigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c, en de alinea staat in dat document op bytes 44838 tot 45488.