Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 3.6.2 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:787.

In het huidige stelsel kan de rechter bij toepassing van de tenzij-bepaling oordelen dat ontbinding in het concrete geval niet gerechtvaardigd is (mede) omdat binnen afzienbare termijn alsnog aan de betalingsverplichting zal worden voldaan. Denkbaar is dat de rechter daarbij een langere termijn aanvaardbaar acht dan de in art. 7:280 BW genoemde termijn van een maand. Dit zal kunnen afhangen van niet alleen de betalingsgeschiedenis van de betreffende huurder, maar ook van de oorzaken van de betalingsachterstand, het tempo en de mate waarin de huurder de betalingsachterstand wil inlopen en de vraag in hoeverre verwacht mag worden dat dit haalbaar zal blijken te zijn. Verhuurder en huurder kunnen daarover afspraken maken, in welk geval ontbinding van de huurovereenkomst voorshands zal zijn afgewend; maar wellicht is de verhuurder daartoe niet bereid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c, en de alinea staat in dat document op bytes 54760 tot 55696.