Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018
Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:787.
Uit de bewoordingen en de ontstaansgeschiedenis van artikel 6:265 BW blijkt dat in geval van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis ontbinding van de overeenkomst mogelijk is, tenzij de bijzondere aard of de geringe betekenis van de tekortkoming daaraan in de weg staat (vgl. HR 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4728, NJ 2000/562, rov. 3.4). Bij het oordeel over de toepassing van de tenzij-bepaling dient de rechter die over de feiten oordeelt, de wederzijdse belangen tegen elkaar af te wegen, waarbij hij rekening mag houden met alle omstandigheden van het gegeven geval die hij daarvoor van belang acht (vgl. onder meer HR 11 juni 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4400, NJ 1983/695, rov. 3.3, en HR 27 november 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2789, NJ 1999/197, rov. 3.4). De aard van de overeenkomst, zoals een overeenkomst van huur en verhuur van sociale woonruimte, kan van invloed zijn op de vraag of de tekortkoming voldoende ernstig is om ontbinding te rechtvaardigen (vgl. HR 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4728, NJ 2000/562, rov. 3.4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c, en de alinea staat in dat document op bytes 59454 tot 60517.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9e443dc38bde87e5a404c68942d09deadbc85fe66f86102023792906005ad7c | shasum -a 256