Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018

Onder 2.43 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:791.

Onderdeel 2.3 klaagt dat het hof in rov. 6.10 ten onrechte voorbij gaat aan het aanbod van [eiser] om de advocaat Gerritsen in hoger beroep nogmaals als getuige te laten horen. Het hof overweegt dat dit aanbod onvoldoende specifiek is in het licht van het feit dat Gerritsen al als getuige is gehoord en in het bewijsaanbod niet wordt aangegeven in hoeverre Gerritsen meer of anders kan verklaren (op relevante punten) dan hij al heeft gedaan. Volgens het middelonderdeel is die beslissing onbegrijpelijk, nu [eiser] in hoger beroep heeft aangegeven dat deze getuige nog zou kunnen verklaren van wie en wanneer hij vernomen heeft dat [verweerder] op 6 december 1994 met [eiser] zou hebben getelefoneerd en wat toen over de inhoud van dat telefoongesprek is medegedeeld, waarbij hij tevens kan toelichten waarom dat gesprek hem niet zo relevant leek . Volgens de klacht was het hof gehouden dit nader bewijsaanbod te honoreren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47, en de alinea staat in dat document op bytes 99136 tot 100186.