Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018

Onder 2.46 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:791.

Het hof heeft de stellingen van [eiser] over inconsistenties in dan wel tegenstrijdigheid tussen de diverse getuigenverklaringen onder ogen gezien, maar op inhoudelijke gronden verworpen. Dit volgt uit de bestreden overweging zelf, waar het hof opmerkt: “Hoewel genoemde getuigen niet alle hetzelfde verklaren omtrent hetgeen [verweerder] aan hen vertelde …”. Het hof sluit deze overweging af met: “Wat er precies is besproken kan niet meer worden vastgesteld, maar dat het meer was dan een puur procedureel punt is voldoende komen vast te staan”. De verwerping van deze stellingen is m.i. niet onbegrijpelijk, omdat het hof in rov. 6.11 de belangrijkste argumenten van [eiser] heeft besproken. Het hof was rechtens niet gehouden in zijn motivering ieder sub-argument (in de lijst van vermeende inconsistenties of tegenstrijdigheden in de getuigenverklaringen) punt voor punt te vermelden en te bespreken. Wat betreft het argument dat [eiser] wilde ontlenen aan (niet-vermelding in) de brief van 12 december 1994, heeft het hof – voor de lezer niet onbegrijpelijk − van belang geacht dat [verweerder] in zijn brief van die datum er al melding van maakte dat het besprokene “buiten het strikt zakelijke karakter van overleg over de orde tijdens de pleidooien ging”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47, en de alinea staat in dat document op bytes 106680 tot 107975.