Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018
Onder 1.14 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:791.
In de zaak tegen [eiser] heeft [verweerder] gesteld dat [eiser] onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. Ter onderbouwing hiervan heeft [verweerder] in de inleidende dagvaarding tien stellingen ontwikkeld onder (a) tot en met (j). Zowel in de redenering van de rechtbank (vonnis 9 maart 2011, rov. 5.1) als in de – hierna nog te bespreken − redengeving van het hof (rov. 6.2.2 en rov. 6.19) is de kern van die stellingen: het standpunt van [verweerder] dat [eiser] een procedure tegen hem is begonnen die “gebaseerd is op een feitelijk vaststaande onwaarheid (leugen)”. Dit verwijt betreft de (in alinea 1.5 hiervoor reeds geciteerde) stelling in de dagvaarding in de Rotterdamse procedure, luidend: “ [eiser] heeft nimmer met advocaten gebeld in verband met voormelde procedures”. Door deze – wat [verweerder] noemt: − “kardinale en essentiële onwaarheid” als basis voor zijn vordering te nemen, heeft [eiser] misbruik van procesrecht gemaakt en onrechtmatig gehandeld jegens [verweerder] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47, en de alinea staat in dat document op bytes 20029 tot 21055.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47 | shasum -a 256