Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:791.

[verweerder] heeft hiertegen ingebracht dat de verjaringstermijn op zijn vroegst is aangevangen op 23 juni 2009, zijnde de datum van het tussenarrest van het gerechtshof waarin een voorshands bewijsoordeel in het nadeel van [eiser] werd uitgesproken. Subsidiair heeft [verweerder] aangevoerd dat sprake is van een voortdurend onrechtmatig handelen van [eiser] , ook nog na het uitbrengen van de dagvaarding op 19 april 2004 in de Rotterdamse procedure, zodat de verjaringstermijn telkens opnieuw een aanvang heeft genomen. Van bevrijdende verjaring kan daarom geen sprake zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47, en de alinea staat in dat document op bytes 35721 tot 36321.