Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018
Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:791.
In het tweede tussenvonnis, van 24 september 2014, is de rechtbank gedeeltelijk op dit oordeel teruggekomen. [eiser] had na het eerste tussenvonnis betoogd dat [verweerder] in elk geval op 2 februari 2005 bekend was met het telefoongesprek tussen [eiser] en de opvolgende advocaat Gerritsen (in 1997). De rechtbank heeft dit standpunt gevolgd, in afwijking van hetgeen in het eerste tussenvonnis was overwogen. Dit leidde dit ertoe dat de verjaringstermijn volgens de rechtbank is aangevangen op 2 februari 2005 en vijf jaar later is geëindigd. Dit brengt mee dat slechts (reputatie-)schade kan worden vergoed voor zover deze betrekking heeft op uitlatingen van [eiser] , gedaan in de periode vanaf 23 april 2005 (vijf jaar vóór de inleidende dagvaarding in de onderhavige procedure); zie rov. 2.11 Rb en de samenvatting daarvan in rov. 6.24 van het thans bestreden arrest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47, en de alinea staat in dat document op bytes 38354 tot 39243.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47 | shasum -a 256