Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:791.

In het bestreden arrest is het hof van oordeel dat [verweerder] “op zichzelf genomen” in staat was in 2004 al een rechtsvordering tot vergoeding van de door hem geleden schade tegen [eiser] in te stellen (rov. 6.26) en dat de verjaring niet is gestuit jegens [eiser] (rov. 6.28). In de redenering van het hof was de verjaringstermijn van vijf jaar dus overschreden. In rov. 6.29 – 6.33 behandelt het hof het beroep van de schuldeiser op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. In deze overwegingen gaat het hof ervan uit dat, ook al was [verweerder] in 2004 al in staat om een vordering tegen [eiser] in te stellen (of een stuitingshandeling te verrichten), in dit “uitzonderlijke geval” niettemin klemmende redenen voor [verweerder] bestonden om dit toen niet te doen . Die klemmende redenen waren niet gelegen in het tijdstip waarop voor [verweerder] de juiste juridische beoordeling van de feiten duidelijk is geworden; evenmin is sprake van een situatie waarin [verweerder] ten koste van de aansprakelijk gestelde partij profiteert van een eerst veel later bekend geworden inzicht met betrekking tot de juridische situatie. De klemmende redenen waren gelegen in – wat [verweerder] noemt – de unieke situatie waarin de benadeelde een advocaat was, tegen wie een rechter met steun van het gerechtsbestuur en de Raad voor de Rechtspraak onrechtmatig heeft geprocedeerd. Het rechtstreeks instellen van een vordering tot schadevergoeding tegen [eiser] of het verrichten van een stuitingsdaad zou tot een verdere escalatie kunnen leiden. In de gegeven omstandigheden vond [verweerder] het verstandiger, zich met zijn schadeclaim vooralsnog alleen tot de Raad voor de Rechtspraak te wenden. Het antwoord van het hof op de vraag of deze redenen inderdaad voldoende klemmend waren, is te zeer verweven met een waardering van de feiten om in cassatie te worden getoetst, anders dan op de begrijpelijkheid daarvan. Daarom faalt de rechtsklacht. Of de motivering van het hof stand houdt, komt aan de orde in middelonderdeel 1.2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47, en de alinea staat in dat document op bytes 54268 tot 56396.