Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:791.

Voor een geslaagd beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid waren − ook in de redenering van het hof − andere feiten en omstandigheden nodig dan dat [verweerder] niet daadwerkelijk in staat was om de vordering tegen [eiser] in stellen of een stuitingshandeling jegens [eiser] te verrichten. Het hof heeft, blijkens rov. 6.30, zulke andere feiten en omstandigheden gezien in het unieke van de situatie en de betrokkenheid van de Staat (het gerechtsbestuur en Raad voor de Rechtspraak) bij deze aansprakelijkheidskwestie. Met het ‘unieke’ bedoelt het hof kennelijk dat er geen precedent bestond, waarop de benadeelde zich kon richten bij zijn handelen te dezen. Daarnaast heeft het hof gewicht toegekend aan het belang (in de voor de verjaring relevante periode) om de zaak niet te laten escaleren door rechtstreeks tegen [eiser] een vordering tot schadevergoeding in te stellen dan wel een stuitingsbrief aan [eiser] te laten uitgaan. Deze motivering voldoet in ieder geval aan het minimumvereiste dat zij voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden – in geval van openstaan van hogere voorzieningen: de hogere rechter daaronder begrepen – controleerbaar en aanvaardbaar te maken . Ook overigens acht ik de redengeving van het hof niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2d6d6dd32ccd5be782267da579647cf1d0cd267032f3f68776381b751763b47, en de alinea staat in dat document op bytes 59399 tot 60842.