Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 4.8 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:81.

De klachten van subonderdelen 2.1 en 2.2 falen. Dat het hof verkapt zou hebben geanticipeerd op Richtlijn Concessieovereenkomsten 2014/23/EU, die ten tijde van de onderhavige opdracht nog niet in werking was getreden, zoals subonderdeel 2.1 betoogt, berust op een onjuiste lezing van het arrest. Het hof heeft tot uitgangspunt genomen dat voor het begrip ‘duidelijk grensoverschrijdend belang’ met name het economische belang van de geplande overeenkomst, de plaats van uitvoering of de technische kenmerken ervan bepalend zijn. Het hof heeft in rov. 33. vervolgens overwogen dat de overeenkomst weliswaar is gesloten op een tijdstip waarop de Richtlijn Concessieovereenkomsten nog niet was geïmplementeerd of direct werking had, doch dat uit de drempelwaarde uit die Richtlijn een aanwijzing kan worden ontleend voor de vaststelling van het vereiste economische belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc70a4971a70f007bd0ae6253a179d601c6a839a2a85351b0d72808c90dd2da5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc70a4971a70f007bd0ae6253a179d601c6a839a2a85351b0d72808c90dd2da5, en de alinea staat in dat document op bytes 101353 tot 102280.