Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:81.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kwalificeert de rechtsverhouding tussen RET Services en Exterion als een concessieovereenkomst voor een dienst. Uiterlijk 18 april 2016 moest in de nationale wetgeving van de lidstaten de Richtlijn betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten (Richtlijn 2014/23/EU, PbEU L 94 d.d. 28 maart 2014) zijn omgezet. Deze nieuwe richtlijn is van toepassing op concessies met een waarde gelijk aan of groter dan € 5.186.000,--. In het onderhavige geval is voormelde richtlijn niet van toepassing. De relevante feiten hebben zich allemaal voorgedaan, voordat deze nieuwe richtlijn in werking is getreden; Exterion heeft op 15 maart 2016 via een persbericht bekendgemaakt dat de samenwerking met RET zou worden voortgezet en RET heeft het bestaan van deze overeenkomst bij persbericht van 18 maart 2016 erkend. De voorzieningenrechter ziet geen reden om de bepalingen uit deze richtlijn, voor zover ze rechtstreekse werking hebben, anticiperend toe te passen. Dit zou in strijd komen met de rechtszekerheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc70a4971a70f007bd0ae6253a179d601c6a839a2a85351b0d72808c90dd2da5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc70a4971a70f007bd0ae6253a179d601c6a839a2a85351b0d72808c90dd2da5, en de alinea staat in dat document op bytes 15045 tot 16219.