Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:81.

Het hof overweegt voorts dat het sluiten van een concessieovereenkomst voor diensten in de zin van art. 1.1 Aanbestedingswet 2012 met een duidelijk grensoverschrijdend belang zonder inachtneming van de beginselen van afdeling 1.2.2 van de Aanbestedingswet 2012 onrechtmatig is jegens gepasseerde gegadigden (rov. 26.). Zij kunnen daartegen opkomen in een bodemprocedure. In de bodemprocedure kan weliswaar geen vernietiging van de gesloten concessieovereenkomst worden gevorderd, nu art. 4.15 Aanbestedingswet 2012 niet van toepassing is, maar kan bijvoorbeeld wel een andere vordering worden ingesteld, zoals een verbod (verder) uitvoering te geven aan een reeds gesloten overeenkomst en binnen bepaalde grenzen ook een gebod om het sluiten van een nieuwe concessieovereenkomst aan te kondigen. In kort geding moet de rechter zich een voorlopig oordeel vormen over de kans dat dergelijke vorderingen in een bodemprocedure zullen worden toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc70a4971a70f007bd0ae6253a179d601c6a839a2a85351b0d72808c90dd2da5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc70a4971a70f007bd0ae6253a179d601c6a839a2a85351b0d72808c90dd2da5, en de alinea staat in dat document op bytes 22685 tot 23646.