Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 3.28 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:82.

Voor het antwoord op de vraag of sprake is van belangstelling uit het buitenland is bepalend of een in het buitenland gevestigde marktpartij interesse heeft c.q. de dienstenconcessie wil uitvoeren. Op het moment dat een in Frankrijk gevestigde onderneming besluit om de markt niet internationaal maar lokaal te benaderen (en in dat kader in Nederland een rechtspersoon opricht) dan komt dit per saldo erop neer dat de in Frankrijk gevestigde onderneming de dienstenconcessie niet wil (en/of kan) uitvoeren. Van daadwerkelijke belangstelling uit het buitenland kan in dat geval niet worden gesproken. Deze conclusie is ook in lijn met de ratio van de (Europese) wet-/regelgeving en jurisprudentie, die op het gebied van dienstenconcessies nu juist bescherming bieden aan marktpartijen die in het buitenland c.q. een andere lidstaat zijn gevestigd (en in die hoedanigheid de concessie willen uitvoeren).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03a67bbb0feca811fe4f2f06491af5e129a11f7d25ce8db0711f590738e6c70f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03a67bbb0feca811fe4f2f06491af5e129a11f7d25ce8db0711f590738e6c70f, en de alinea staat in dat document op bytes 80460 tot 81377.