Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018
Onder 4.12 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:82.
Het vorenstaande brengt mij tot de conclusie dat het hof terecht aan de hand van objectieve kenmerken van de concessie heeft beoordeeld of er een reële mogelijkheid van buitenlandse belangstelling bestond. Subonderdeel 2a faalt derhalve. Niet gezegd kan worden dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is of ontoereikend is gemotiveerd. De stelling dat bij aanbestedingen van soortgelijke contacten slechts door lokale (dat wil zeggen Nederlandse) partijen is ingeschreven, heeft het hof blijkens rov. 40. in zijn beoordeling betrokken. Deze enkele stelling behoefde het hof mijns inziens niet tot een ander oordeel te brengen, reeds omdat uit deze stelling niet volgt dat de bedoelde contracten eenzelfde economische waarde vertegenwoordigden als de onderhavige concessie. Subonderdeel 2b treft dus evenmin doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03a67bbb0feca811fe4f2f06491af5e129a11f7d25ce8db0711f590738e6c70f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03a67bbb0feca811fe4f2f06491af5e129a11f7d25ce8db0711f590738e6c70f, en de alinea staat in dat document op bytes 106758 tot 107663.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/03a67bbb0feca811fe4f2f06491af5e129a11f7d25ce8db0711f590738e6c70f | shasum -a 256