Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Onder 4.17 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:82.

Er bestaat in deze zaak mijns inziens ook geen gehoudenheid tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EU. Ik licht dat toe. Er bestaat in beginsel een verplichting om een vraag van Unierecht aan het HvJ EU voor te leggen wanneer die vraag noodzakelijk is om het geding af te doen en geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat. Deze gehoudenheid geldt echter niet wanneer sprake is van een kort geding. De rechter is evenmin verplicht een prejudiciële vraag te stellen wanneer sprake is van een acte clair of acte éclairé . In de onderhavige zaak is mijns inziens – hoewel na deze cassatie geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat – geen sprake van een verwijzingsplicht. Het gaat hier immers om een kort geding-procedure. Verder heeft het HvJ EU in verschillende arresten (waaronder Belgacom en Tecnoedi) reeds invulling gegeven aan het begrip ‘duidelijk grensoverschrijdend belang’, zodat zo bezien zou kunnen worden aangenomen dat sprake is van een acte éclairé.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03a67bbb0feca811fe4f2f06491af5e129a11f7d25ce8db0711f590738e6c70f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03a67bbb0feca811fe4f2f06491af5e129a11f7d25ce8db0711f590738e6c70f, en de alinea staat in dat document op bytes 112812 tot 114134.