Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 2.38 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:829.

De derde voorwaarde voor het recht op inzage van bepaalde gegevens is dat een partij daarbij een voldoende belang heeft. In het huidige recht moet sprake zijn van een rechtmatig belang. De eis van een ‘voldoende belang’ sluit meer aan bij de criteria voor toewijzing van de overige (voorlopige) bewijsverrichtingen, zoals een voorlopig getuigenverhoor, en wordt daarom met het stroomlijnen van de verschillende voorlopige bewijsverrichtingen hier overgenomen. Het begrip ‘voldoende belang’ is ook een in de rechtspraktijk vertrouwd begrip vanwege de bepaling van artikel 3:303 BW dat zonder voldoende belang niemand een rechtsvordering toekomt. Als een partij aannemelijk heeft gemaakt dat zij een voldoende belang heeft bij het verkrijgen van inzage van bepaalde gegevens, moet die inzage ook worden verstrekt (curs. A-G). Alleen als bij degene die over de verlangde gegevens beschikt, zwaarwegende belangen bestaan die zich tegen de gegevensverstrekking verzetten, hoeft geen inzage te worden gegeven. De bescherming van de belangen van degene van wie informatie wordt opgevraagd, wordt geregeld in het tweede lid van artikel 149b .”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc, en de alinea staat in dat document op bytes 59444 tot 60701.