Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018
Onder 2.46 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:829.
(…) Het bestaan van een rechtsbetrekking hoeft nog niet in rechte vast te staan. De inzet van een procedure kan juist bestaan in de vraag of tussen partijen al dan niet een rechtsbetrekking bestaat. Vaak zijn bepaalde feiten die van belang zijn voor het bestaan, de inhoud of de omvang van een rechtsbetrekking nog niet helder. Precies om die reden kan een partij aanspraak maken op bepaalde gegevens waarover zij niet zelf beschikt, maar een ander wel. Het uitwisselen van deze gegevens kan tot opheldering van de feiten leiden en er soms zelfs toe leiden dat een procedure kan worden voorkomen. Met behulp van de verkregen informatie kan een partij haar proceskansen beter inschatten en kan het geschil over een rechtsbetrekking bijvoorbeeld buitengerechtelijk worden opgelost. Uit de verkregen informatie kan ook blijken dat een partij die meende bij een rechtsbetrekking betrokken te zijn, dat toch uiteindelijk niet is, waardoor een potentieel geschil tussen partijen vroegtijdig kan worden beëindigd. Gelet op het doel om opheldering van de feiten te verkrijgen en geschillen zo effectief mogelijk op te lossen, moet het begrip “partij bij een rechtsbetrekking” ruim worden opgevat (…) ”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc, en de alinea staat in dat document op bytes 67351 tot 68633.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc | shasum -a 256