Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:829.
“85. De tekst van art. 843a Rv houdt niet in dat een procedure aanhangig is gemaakt of aanhangig zal worden gemaakt om een vordering tot inzage in te stellen. Toch werd dit in de rechtspraak soms als vereiste aangenomen. De Hoge Raad heeft dit standpunt verworpen: voor een vordering op de voet van art. 843a Rv is niet vereist dat een procedure aanhangig is of naar verwachting aanhangig zal worden gemaakt. (…). De ratio van deze verruiming is dat een vordering tot het verkrijgen van inzage in bepaalde bescheiden niet alleen met het oog op bewijslevering in een lopende of toekomstige procedure kan worden gedaan. Ook het verkrijgen van informatie in verband met (voorgenomen) onderhandelingen beschouwt de Hoge Raad als een legitiem doel van een vordering tot het verkrijgen van inzage. De Hoge Raad stelt daarmee het doel van het inzagerecht op één lijn met het doel van andere voorlopige bewijsverrichtingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc, en de alinea staat in dat document op bytes 25827 tot 26953.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc | shasum -a 256