Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:829.

Geheel ten overvloede – het onderdeel stelt deze kwestie niet aan de orde – merk ik op dat de Hoge Raad bij arrest van 8 juni 2012 heeft beslist dat voor de toewijsbaarheid van een vordering op de voet van art. 843a Rv niet noodzakelijk is dat over de rechtsbetrekking waaromtrent afschrift van bescheiden wordt verlangd een procedure aanhangig is of naar verwachting zal worden gemaakt. Dit impliceert dat inzage dus als zelfstandige vordering kan worden ingesteld. Nu art. 843a Rv m.i. ook van toepassing is in verzoekschriftprocedures, geldt m.i. naar analogie van dit arrest dat inzage ook voorafgaand aan een procedure middels een verzoek (zoals in dit geval) kan worden gevraagd .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc, en de alinea staat in dat document op bytes 30771 tot 31601.