Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018
Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:829.
Uit de parlementaire geschiedenis van het op 1 april 1988 in werking getreden art. 843a Rv blijkt dat met het begrip ‘rechtmatig belang’ een ruimer criterium werd bedoeld dan wat in art. 1922 (oud) BW werd omschreven als ‘gemene titel’. Dit begrip is in een arrest van 1947 door de Hoge Raad uitgelegd als “bewijsstuk waarop hij redelijkerwijze enig recht kan doen gelden” . Volgens de toelichting moet “de eiser tot inzage enz. daarbij een rechtmatig belang hebben, opdat de houder der akte niet nodeloos worde lastig gevallen” .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc, en de alinea staat in dat document op bytes 37396 tot 38147.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc | shasum -a 256