Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Onder 2.20 Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:829.

De Hoge Raad heeft in 2000 - dus vóór de wijziging van art. 843a Rv in 2002 - geoordeeld dat het hebben van een rechtens relevant belang onvoldoende is voor een 843a Rv-vordering. In zijn arrest van 6 oktober 2006 heeft de Hoge Raad, in een geval waarin het ging om een vordering tot betaling van achterstallig loon en de werknemer voor de grondslag van zijn vordering het vaartijdenboek vroeg, geoordeeld dat rechtmatig belang als bedoeld in art. 843a Rv aanwezig is indien de partij die inzage vraagt, op grond van een wettelijke bepaling – in het berechte geval art. 7:619 BW – aanspraak kan maken op gevraagde stukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01f427ccaef8e7c8c0e973a009a800843cc98598162376d43145cc03098adadc, en de alinea staat in dat document op bytes 41302 tot 42074.