Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018
Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:830.
Vanwege de aanpassing per 2016 ga ik ervan uit dat de aanwezigheid van een materiële onderneming formeel geen vereiste is, maar dat de aangehaalde situaties (eigen onderneming, wezenlijke functie en schakelfunctie) meer dienen te worden beschouwd als een safe haven. Ook zonder materiële onderneming in de structuur (bijvoorbeeld bij bepaalde vormen van vastgoedexploitatie) kan toch sprake zijn van geldige zakelijke redenen zolang bij de aanmerkelijk belanghouder maar sprake is van reële substance als bedoeld in de zaak Cadbury Schweppes. In dit verband kan ook worden gewezen op HvJ 20 december 2017, zaak C-504/16, [ Deister en Juhler ; PJW] NTFR 2018/47, waarin het HvJ duidelijk heeft aangegeven dat de Moeder-Dochterrichtlijn geen enkel vereiste bevat met betrekking tot de aard van de economische activiteit (zie NTFR 2018/47, met commentaar van Ravelli). Ook wijs ik op r.o. 73 van het HvJ in genoemde zaak: ‘De omstandigheid dat de economische activiteit van de niet-ingezeten moedermaatschappij bestaat in het beheren van de activa van haar dochterondernemingen of dat die moedermaatschappij uitsluitend uit dat beheer inkomsten verwerft, impliceert op zich echter niet dat sprake is van een kunstmatige constructie die geen verband houdt met de economische realiteit.’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0, en de alinea staat in dat document op bytes 56600 tot 57936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0 | shasum -a 256