Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:830.

“Hoewel de Moeder-dochterrichtlijn specifiek voorziet in een vrijstelling van bronbelasting, en daarmee dus niet zonder meer in een vrijstelling van een heffing bij wege van aanslag, wordt in r.o. 7.5.2 door het Hof vastgesteld dat terecht niet in geschil is dat de dividenduitkering onder de werking van de Moeder-dochterrichtlijn valt. Daar valt wel iets op af te dingen. Immers, de aanmerkelijkbelangheffing kan lastig als een bronbelasting kwalificeren nu de omvang van de aanmerkelijkbelangheffing veel ruimer is dan alleen een heffing bij dividenduitkeringen. Ook door de mogelijkheid van verliescompensatie in artikel 17, lid 2, Wet VpB 1969 is het niet zonder meer logisch dat sprake is van een bronbelasting. Bovendien is een bronbelasting van toepassing op een brutobedrag, terwijl aanmerkelijk belang wordt geheven over een nettobedrag. Wat daar ook van zij, met het oordeel dat sprake is van een volstrekt kunstmatige constructie als bedoeld in de jurisprudentie van het HvJ blijft heffing mogelijk. Ditzelfde heeft dan te gelden ten aanzien van de toepassing van artikel 49 VWEU (vrijheid van vestiging).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0, en de alinea staat in dat document op bytes 58780 tot 59915.