Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:830.
“15. (…) Gelet op de context van (…) toetsing aan het criterium of het aanmerkelijk belang tot het vermogen van een onderneming behoort, is duidelijk dat een materiële toets dient plaats te vinden. En daaruit volgt ook ontegenzeggelijk dat de werkzaamheden van [A] voor rekening en risico (en ten bate van) belanghebbende zijn verricht. Een beloning is voor die werkzaamheden niet overeengekomen, maar dit is voor de fiscale duiding van ex artikel 17 lid 3, letter b Wet Vpb 1969 niet van belang. De werkzaamheden van [A] zijn verricht voor rekening en risico van [X] en daarmee relevant voor de beoordeling of deze vennootschap een onderneming drijft. Dat de commerciële risico's van financiële verliezen uiteindelijk voor [A] ' rekening komen (7.4.8) suggereert dat het aandeelhouderschap van [X] in [E] Holding geheel wordt weggedacht, hetgeen in strijd komt met de juridische en fiscale werkelijkheid.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0, en de alinea staat in dat document op bytes 66312 tot 67242.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0 | shasum -a 256