Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:830.

“De buitenlandse AB-regeling is anders van opzet dan de Franse regeling: er is niet per definitie sprake van heffing tenzij wordt aangetoond dat er geen sprake is van een ontgaansconstructie zoals bij de Franse regeling, maar geen heffing tenzij sprake is van een ontgaansconstructie. De buitenlandse AB-regeling verschilt ook wezenlijk van de Duitse regeling die aan de orde was in de genoemde zaken Deister Holding en Juhler Holding. (…) Anders dan het Duitse systeem, schept de Nederlandse regeling geen onweerlegbaar vermoeden van fraude of misbruik; de bewijslast dat voldaan is aan de ontgaanstoets en de ondernemingstoets rust immers bij de inspecteur. Of in een concreet geval sprake is van een volstrekt kunstmatige ontgaansconstructie wordt onder de buitenlandse AB-regeling, in tegenstelling tot de Duitse regeling, van geval tot geval, op basis van de concrete omstandigheden van het voorliggende geval, beoordeeld. Het HvJ EU achtte de Duitse regeling in strijd is met zowel de Moeder-dochterrichtlijn als artikel 49 VWEU omdat deze regeling een onweerlegbaar algemeen vermoeden van fraude of misbruik schept: (…).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0, en de alinea staat in dat document op bytes 71858 tot 73007.