Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018
Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:830.
Ik meen dat dit arrest de belanghebbende niet kan baten. Het gaat niet over art. 17(3)(b) Wet Vpb, maar over het vroegere art. 13(3) Wet Vpb (oneigenlijke deelneming). Het oordeel dat voor de gelijkstelling van een oneigenlijke deelneming met een deelneming niet vereist is dat de houdster een eigen materiële onderneming drijft, zegt mijns niets over de vraag of belanghebbendes belang in Holding tot een ondernemingsvermogen behoort. Voorts heeft het Hof de feiten anders geduid dan het Hof in HR BNB 2001/210: hij heeft juist uitdrukkelijk geen ‘spilfunctie in de bedrijfsopvolging’ gezien. Dat feitelijke oordeel is niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0, en de alinea staat in dat document op bytes 97751 tot 98444.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0 | shasum -a 256