Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Onder 1.12 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:830.

Ad (ii): het Hof achtte niet aannemelijk dat [A] bevoegd was rechtshandelingen namens de belanghebbende te verrichten. De belanghebbende betoogt dat niet van belang is of [A] bevoegd was en dat naar de feitelijke situatie moet worden gekeken. ’s Hofs feitelijke oordeel, op basis van een beoordeling van de door hem vastgestelde organisatorische, economische en andere relevante omstandigheden, houdt in de kern in dat [A] niet als feitelijk bestuurder van de belanghebbende, maar als aandeelhouder van het concern als geheel handelde. Dat is geen onbegrijpelijk feitelijk oordeel. ’s Hofs rechtskundige oordeel dat het op basis van de strekking van art. 17(3)(b) Wet Vpb niet voor de hand ligt om informeel handelingen, relaties en deskundigheid van niet-organen van de belanghebbende aan haar toe te rekenen, maar wel om op basis van de aard, functie en activiteiten van de belanghebbende zelf te beoordelen of zij een onderneming drijft, lijkt mij juist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0, en de alinea staat in dat document op bytes 22334 tot 23308.