Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018
Onder 8.4 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:830.
“Voor toepassing van art. 1 lid 2 MDR moet (…) sprake zijn van een “belastingvoordeel”’ en mijns inziens moet dat voordeel worden vastgesteld door de situatie met de constructie te vergelijken met de situatie zonder de constructie (de normale situatie). Dit is precies wat de wegdenkgedachte doet en dit lijkt mij derhalve toegestaan. Zie in dit kader ook A-G Kokott in haar conclusie in N Luxembourg 1 waarin zij een dergelijke toets volgt. Opgemerkt moet echter worden dat de Nederlandse invulling van de wegdenkgedachte alleen ziet op de vergelijking van de fiscale gevolgen tussen een direct en indirect gehouden belang. De wegdenkgedachte gaat er derhalve van uit dat de normale situatie (zonder constructie) altijd een direct gehouden belang is. Dat hoeft echter niet altijd zo te zijn. Ik wijs hier op een voorbeeld gegeven door Cornelisse die er mijns inziens terecht op wijst dat de toepassing van de Nederlandse wegdenkgedachte in een situatie van emigratie van een natuurlijk persoon en zetelverplaatsing van een holdingmaatschappij tot de onjuiste uitkomst kan leiden dat sprake is van een belastingvoordeel, waar dit voordeel er in feite niet is. ”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0, en de alinea staat in dat document op bytes 167567 tot 168979.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0 | shasum -a 256