Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Onder 9.2 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:830.

Gezien die rechtspraak van het HvJ EU, heeft de belanghebbende gelijk dat de ‘wegdenk’-techniek die de wetgever bij de toepassing van art. 17(3)(a) Wet Vpb voorstond, op zichzelf onverenigbaar lijkt met ’s Hofs rechtspraak: uit Eqiom en Deister en Juhler volgt dat het enkele feit dat de achterliggende aandeelhouder ( [A] ) bij een rechtstreeks belang in Holding meer belasting zou moeten betalen (15% dividendbelasting) dan bij een indirect via een niet-ingezeten vennootschap gehouden belang, op zichzelf geen misbruik (geen fiscaal hoofddoel van de constructie) impliceert. Met name Cornelisse en Weber (zie 8.3 en 8.4 hierboven) hebben daar terecht op gewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0747eafb4e8d83a84efc06fb42ae22c804172afabe9dbacde3c166cdda33dfe0, en de alinea staat in dat document op bytes 173255 tot 174009.